Nieuws

Pseudo-eindheffing vanaf 2027: waarom werkgevers nu al actie moeten nemen

29 juni 2026

Driekwart van de werkgevers is niet voorbereid op de pseudo-eindheffing.
Is jouw organisatie de uitzondering?

Driekwart van de Nederlandse werkgevers heeft nog geen concrete actie ondernomen ter voorbereiding op de pseudo-eindheffing. Slechts 26 procent beschikt al over een duidelijk plan en nog eens 24 procent bevindt zich in de oriënterende fase. Dat blijkt uit onderzoek van leasemaatschappij Ayvens, uitgevoerd in maart 2026.

Opvallend, want de keuzes die werkgevers nu maken over leasecontracten, voertuigen en mobiliteitsregelingen kunnen nog jarenlang doorwerken. De pseudo-eindheffing treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. Voor organisaties met zakelijke personenauto’s is dit daarom niet alleen een fiscaal vraagstuk. Het vraagt ook om inzicht in het wagenpark, betrouwbare ritregistratie en een mobiliteitsbeleid dat past bij de manier waarop medewerkers daadwerkelijk reizen.

Wat is de pseudo-eindheffing?

Vanaf 1 januari 2027 gaat een extra heffing gelden voor fossiele personenauto’s die een werkgever ook voor privédoeleinden aan een medewerker ter beschikking stelt. Woon-werkverkeer wordt voor deze regeling eveneens als privégebruik beschouwd. De heffing bedraagt 12 procent per jaar over de fiscale waarde van de fossiele personenauto. Voor een auto met een fiscale waarde van € 35.000 betekent dit voor de werkgever een extra last van € 4.200 per jaar.

Deze heffing komt voor rekening van de werkgever en mag niet aan de medewerker worden doorberekend. De pseudo-eindheffing staat bovendien los van de bestaande bijtelling die een medewerker mogelijk betaalt voor privégebruik van een auto van de zaak. De regeling is bedoeld om werkgevers te stimuleren om bij nieuwe zakelijke personenauto’s vaker voor een volledig elektrische aandrijving te kiezen.

Hoe werkt de overgangsregeling?

Voor fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een medewerker ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Deze voertuigen blijven tot 17 september 2030 buiten de pseudo-eindheffing. Na die datum kan de heffing ook voor bestaande fossiele zakelijke personenauto’s gaan gelden.

Dat betekent dat een leasecontract dat nu wordt afgesloten, mogelijk nog doorloopt nadat de overgangsperiode is afgelopen. Een contract met een looptijd van vier of vijf jaar kan daardoor vanaf 17 september 2030 alsnog tot extra kosten leiden. De gevolgen van de regeling beginnen dus niet pas in 2027. Lease- en wagenparkbeslissingen die werkgevers vandaag nemen, zijn nu al relevant.

Waarom inzicht in het wagenpark belangrijk is

Om de mogelijke financiële gevolgen te kunnen beoordelen, moet een werkgever eerst weten hoe het huidige wagenpark is samengesteld. Denk daarbij aan vragen als: welke fossiele personenauto’s worden ook voor privégebruik of woon-werkverkeer ingezet, wanneer zijn deze voertuigen voor het eerst ter beschikking gesteld, wat is de fiscale waarde van de voertuigen, wanneer lopen de huidige leasecontracten af, en welke voertuigen worden uitsluitend zakelijk gebruikt. Daarbij is de vraag of dat zakelijke gebruik aantoonbaar en goed vastgelegd is. Zonder betrouwbare voertuig- en ritgegevens is het moeilijk om deze vragen zorgvuldig te beantwoorden.

Meer dan alleen de samenstelling van het wagenpark

De pseudo-eindheffing gaat in eerste instantie over fossiele zakelijke personenauto’s. Toch raakt de regeling een veel breder onderwerp: de manier waarop een organisatie mobiliteit organiseert. Een traditionele leaseauto is niet voor iedere medewerker of functie automatisch de beste oplossing. Hybride werken, thuiswerken, openbaar vervoer, fietsen en flexibel autogebruik spelen een steeds grotere rol.

Werkgevers kunnen daarom ook kijken of iedere medewerker nog een vaste leaseauto nodig heeft, of een mobiliteitsbudget beter past bij bepaalde functies, of medewerkers verschillende vervoersvormen kunnen combineren, en of woon-werkdagen, thuiswerkdagen en declaraties efficiënt worden verwerkt. Daarvoor is voldoende inzicht in de totale mobiliteitskosten nodig, en de vraag of het mobiliteitsbeleid nog aansluit op de dagelijkse praktijk. Daar komt de expertise van Fynch Mobility in beeld.

Onze ritregistratie oplossing

De pseudo-eindheffing geldt niet wanneer een fossiele personenauto uitsluitend voor zakelijke doeleinden ter beschikking wordt gesteld en privégebruik aantoonbaar is uitgesloten. Een sluitende ritregistratie kan daarbij een belangrijke rol spelen. Handmatige ritregistratie vraagt echter veel discipline van medewerkers. Ritten worden soms vergeten, achteraf gereconstrueerd of niet volledig geregistreerd. Dat vergroot de administratieve belasting en de kans op fouten.

Fynch Mobility: app-gebaseerde medewerkersmobiliteit

Fynch Mobility helpt werkgevers om de mobiliteit van medewerkers flexibel en inzichtelijk te organiseren. Met de Fynch-app en webomgeving kunnen organisaties zakelijke kilometers en mobiliteitsdeclaraties verwerken, thuiswerkdagen registreren, verschillende vervoersvormen binnen één mobiliteitsregeling ondersteunen, mobiliteitsvergoedingen automatisch toepassen, een flexibel mobiliteitsbudget inrichten, gegevens koppelen aan salaris- en administratiesystemen, mobiliteitskosten per medewerker, team of locatie inzichtelijk maken en rapportages voor WPM en andere duurzaamheidsdoelstellingen ondersteunen. 

Daarmee helpt Fynch werkgevers om niet alleen naar de auto van de zaak te kijken, maar naar de volledige mobiliteitsbehoefte van medewerkers. Dat is relevant bij de voorbereiding op de pseudo-eindheffing. Een werkgever kan immers besluiten om niet iedere fossiele leaseauto één-op-één te vervangen door een elektrische leaseauto, maar eerst te onderzoeken welke mobiliteitsoplossing het beste past bij de functie, medewerker en organisatie.

Drie stappen die werkgevers nu kunnen zetten

Werkgevers hoeven niet te wachten tot 2027. De eerste stap is het in kaart brengen van het wagenpark: inventariseer welke personenauto’s fossiel of elektrisch zijn, wanneer contracten aflopen, welke voertuigen privé of voor woon-werkverkeer worden gebruikt en welke financiële gevolgen de pseudo-eindheffing mogelijk heeft.

De tweede stap is zorgen voor betrouwbare rit- en voertuigdata. Onderzoek of de huidige ritregistratie volledig, actueel en controleerbaar is. Een automatische oplossing met een GPS-tracker, app en centraal platform kan helpen om minder afhankelijk te zijn van handmatige invoer en om voertuiggebruik beter te onderbouwen.

De derde stap is het heroverwegen van het mobiliteitsbeleid. Kijk niet alleen welke auto een medewerker krijgt, maar ook hoe die medewerker daadwerkelijk reist. Een combinatie van elektrische voertuigen, openbaar vervoer, fietsen, thuiswerken, kilometervergoedingen en mobiliteitsbudgetten kan in sommige gevallen beter aansluiten dan een vaste leaseauto voor iedere medewerker. Fynch Mobility kan werkgevers ondersteunen bij de app-gebaseerde inrichting en uitvoering van deze bredere medewerkersmobiliteit.

Van fiscale maatregel naar toekomstbestendig mobiliteitsbeleid

De pseudo-eindheffing brengt mogelijk aanzienlijke extra kosten met zich mee. Tegelijkertijd biedt de regeling werkgevers een aanleiding om hun wagenpark en mobiliteitsbeleid opnieuw te beoordelen. De belangrijkste eerste stap is inzicht: welke voertuigen zijn er, hoe worden ze gebruikt, welke ritten worden ermee gereden, welke contracten lopen wanneer af, en welke mobiliteitsvorm past werkelijk bij iedere medewerker.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Fynch Mobility en is mede gebaseerd op een oorspronkelijke publicatie van Fynch Mobility.

Bronnen: Onderzoek Ayvens onder Nederlandse werkgevers, maart 2026. Belastingplan 2026, aangenomen door de Eerste Kamer op 16 december 2025.

Meer weten?

Wilt u weten hoe automatische ritregistratie met een GPS-tracker, app en softwareplatform kan bijdragen aan betrouwbaar inzicht in voertuiggebruik?
Wilt u uw mobiliteitsregelingen, declaraties, thuiswerkregistratie of mobiliteitsbudgetten slimmer
organiseren?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Naam(Vereist)